Psychotherapie is (g)een echte wetenschap

Het is opvallend dat in geen enkele discipline zo hoog van ‘harde wetenschap’ wordt opgegeven als juist door psychologen. Heel vaak horen wij hier extreme standpunten: de Cognitieve Gedragstherapeuten die volhouden dat ze met hun cognities en S-R schema’s een schitterende exponent zijn van keiharde wetenschap enerzijds; en sceptici die om het hardst roepen dat psychologie helemaal geen wetenschap is, dat niets van wat wij doen “vastgestelde wetenschap” is en dat ons werk hooguit een kunst is of een vorm van ‘filosofie’ – dat laatste is geloof nog erger dan het eerste. Deze twee extremen lijken heel verschillend, maar zijn het in hun opvatting van wat ‘harde wetenschap’ inhoudt in feite helemaal met elkaar eens, verenigd als zij mogelijk zijn in hun jaloezie om de harde causale wetten waar die jongens van de exactheid mee mogen werken.

Vaak bewierookt men de harde wetenschap maar is men bij nadere beschouwing veeleer onder de indruk van het instrumentele succes van de fysische wetenschappen. Dit instrumentele succes wordt vaak opgevoerd als bewijs voor de hardheid van de wetenschap waar het uit voort zou komen. Wat ik daarentegen graag wil laten zien is dat de zogenaamde ‘harde’ wetenschap helemaal niet zo hard is als door velen wordt gedacht. Bovendien wil ik tonen dat een echte Wetenschap van de Psychotherapie heel goed mogelijk is en dat wij helemaal niet jaloers hoeven te  zijn op die bij nader inzien helemaal niet zo harde collega’s van ons in de fysiologie. Ik reik een aantal overwegingen aan:

  • Het instrumentele succes van de fysische wetenschap en de technologie kan niet worden betwijfeld. De psychologie en andere disciplines die zich met mensen en hun gedrag bezighouden, boeken zeker niet zulke prachtige resultaten: instrumenteel succes kan voor deze disciplines wel degelijk worden betwijfeld.
  • Vaak noemt men dit instrumentele succes in een adem met de stelling dat fysische wetenschap een ‘harde’ wetenschap is. Het is waar dat psychologische theorieën hevig onderbepaald zijn door de feiten: op basis van dezelfde set van feiten zijn vele verschillende theorieën mogelijk. Dat heeft tot gevolg dat alternatieve psychologische theorieën een realiteit zijn waarmee we moeten leven. Dat geldt in veel mindere mate voor de fysiologie. Toch is het zeer de vraag of het in die fysica echt wel zo enorm anders is dan bij ons in de psychologie.
  • Beschouwen wij de grote natuurkundige theorieën: de relativiteitstheorie en de quantummechanica. Welnu, deze twee grote theorieën zijn, wanneer we ze samen probren te voegen, incoherent en niet met elkaar te verenigen. Pogingen om hun met elkaar te verenigen zijn mislukt. Pogingen om één wetenschap te maken met behulp van één enkele methode zijn mislukt. Pogingen om alle wetenschappen in één wereldbeeld samen te brengen zijn mislukt. Er bestaat dus geen eenduidige, coherente, reductionistische, alomvattende, in fysische terminologie gesteld, geünificeerde, harde wetenschappelijke Theorie van Alles.
  • Vaak wordt gezegd dat er geen strikte wetten zijn in de psychologie. Hierin zou de psychologie heel anders zijn dan de fysica. Maar in feite zijn alle wetten (óók alle natuurkundige wetten) ceteris paribus wetten. Wil men een wet kunnen toepassen dan moet een – oneindige – reeks van condities vervuld zijn waarbinnen die wet van toepassing is. Zo kookt water bij 100 graden, maar alleen onder allerlei aanvullende (ceteris paribus) condities: op zeeniveau, geen zout erin, enzovoorts. Het is onmogelijk om zo’n lijst van ceteris paribus condities volledig uit te schrijven. Dat heeft tot gevolg dat ook in de fysische wetenschappen modellen worden gemaakt waarin strikte wetten gelden voor gesloten systemen: zo poogt men de ceteris paribus condities met kunst en vliegwerk zoveel mogelijk constant te houden. In het lab kan dat soms een beetje lukken – ik kan mooie voorbeelden geven van de beperkingen - maar in de feitelijke fysische wereld bestaan geen gesloten systemen!! Modellen toepassen op concrete situaties betekent dat er holistische onbepaaldheden binnensluipen, in de psychologie maar zeker óók in de fysiologie. Het is ceteris paribus door alles heen, all over the board.
  • Fysische causaliteit oogt mooi, dat hebben we mooi bedacht, die causaliteit, maar de werkelijkheid is veel rommeliger dan we ons in de verste verte kunnen voorstellen. Quantummechanica bijvoorbeeld dwingt ons ertoe te accepteren dat toevallige gebeurtenissen aan alles ten grondslag liggen.
  • Het is waar dat er in ieder geval geen psychofysische wetten bestaan, dat wil zeggen dat het niet mogelijk is een wetmatige relatie aan te brengen tussen fysische en psychologische gebeurtenissen. Op dit punt kom ik verderop terug, want dat geeft ons psychologen juist een enorme kans.

Mijn eerste conclusie: er is inderdaad een zeer indrukwekkende instrumentele ontwikkeling geweest en die ontwikkeling zal nog wel een poos doorgaan – we laten even terzijde de nadelige kanten van dit instrumentele succes. Maar dit succes is in feite helemaal geen ondersteuning voor het idee van een ‘harde wetenschap’. Geen enkele wetenschap beschikt over de hardheid die er nogal eens romantisch aan wordt toegeschreven.

Op de achtergrond speelt het hardnekkige geloof dat echte wetenschap uiteindelijk, “aan het einde van de dag”, fysisch van aard is en dat alle verschijnselen en fenomenen uiteindelijk tot fysische beschrijvingen kunnen worden gereduceerd. Dat roept dan uiteraard wel de vraag op wat we met al die alledaagse gewaarwordingen en ervaringen, die ons dagelijks overkomen, aan moeten. Als wij gelijk hebben en er inderdaad geen psychofysische wetten bestaan en er is dus geen wetmatige relatie kan worden gelegd tussen fysische en psychische gebeurtenissen,  dan is het noodzakelijk onze aandacht nu te richten op de vraag hoe het dan wél zit met de relatie tussen fysiologische en psychologische beschrijvingen van gebeurtenissen.

  • Allereerst, onze wetenschapsgeschiedenis heeft zich altijd meer met objecten (dingen) beziggehouden dan met gebeurtenissen. In ons denken zijn objecten primair, hetgeen bijvoorbeeld te zien is aan theorieën over hoe wij taal leren: steevast wordt daar onder de loep genomen hoe wij het woord ‘tafel’ leren van moeder die, wijzend op een tafel het woord ‘tafel’ herhaalt. Maar er is erg veel voor te zeggen om gebeurtenissen primair te stellen: in het voorbeeld zou de gebeurtenis waarbij mijn moeder mij op een tafel wijst belangrijker zijn dan enkel het object, die tafel daar. Objecten en gebeurtenissen kunnen in ieder geval niet los van elkaar worden gezien. Objecten, zoals tafels, die kunnen worden aangewezen, danken dit aan het feit dat ze een tijdje bestaan, overleven. Maar voortbestaan is niet te scheiden van het overleven van gebeurtenissen – veranderingen in positie, omvang, kleur. Gebeurtenissen spelen een grote rol in de identificatie van objecten. We achterhalen wie de schrijver is van een interessant boek over psychotherapie door het identificeren van gebeurtenissen zoals schrijven, woorden uitspreken op een symposium, handen schudden bij het uitgeven van een boek. Mij lijkt dat het voor psychotherapie aangewezen is om in gebeurtenissen te denken, eerder dan in
  • Van gebeurtenissen kunnen wij beschrijvingen geven. Beschouw twee beschrijvingen van wat tijdens een symposium, waar Flip Jan van Oenen zijn boek presenteerde, gebeurde:

[1]:  Flip maakt lichaamsbewegingen zodanig dat hij op een naar de aanwezigen toe gekeerde stoel ligt, op zijn zij, zodanig dat ledematen en hoofd aan weerszijden van de stoel uitsteken, het hoofd gedraaid in een hoek van 90 graden afwijkend van de overige aanwezigen en zodanig dat uit zijn keel diverse geluiden te horen zijn                                                                                                                           

[2]:  Flip zegt: “ik heb een andere kijk op psychotherapie”, terwijl hij deze boodschap ondersteunt door horizontaal op zijn stoel te gaan liggen           

De eerste beschrijving, beschrijving [1],  is (bedoeld als) een beschrijving in fysische termen. Uiteraard zou een echte fysische beschrijving voor een normaal mens niet te lezen zijn en bestaan uit enorme reeksen van formules, getallen en allerlei symbolen voor allerlei krachten en vectoren, compleet in fysische termen dus. Beschrijving [2] is een beschrijving in psychologische betekenis-termen.

  • Het is erg belangrijk om voor ogen te houden dat [1] en [2] beschrijvingen van dezelfde gebeurtenis zijn, zij het dat de beschrijvingen verschillen. Van één en dezelfde gebeurtenis kunnen we oneindig veel beschrijvingen geven, in allerlei verschillende terminologieën. We hebben er hier twee, maar het is geen probleem om er een heel stel andere, bijvoorbeeld in wetenschappelijke termen uit andere disciplines, of in boeddhistische termen, of in kunstzinnige termen, of hoe dan ook, aan toe te voegen.
  • Beschrijving [1] zouden we, als we hiertoe in staat zouden zijn (“keep on dreaming”), kunnen uitwerken in een complete fysische beschrijving, waarin alle relevante zaken en alle ceteris paribus condities nauwgezet worden beschreven – in feite zijn we hier nog oneindig ver vandaan, maar we stellen ons voor dat we een dergelijke complete fysische beschrijving ooit in de verre toekomst tot onze beschikking zouden kunnen hebben. Zo’n beschrijving zou dan ook fysiologische voorspellingen mogelijk maken, omdat immers in een dergelijke complete beschrijving fysische wetten worden uitgedrukt. Dus we kunnen, als we zo’n complete beschrijving zouden hebben, een hierop volgende fysische gebeurtenis voorspellen, ongeveer zoals we de baan van de planeten kunnen voorspellen.
  • Beschrijving [2], onze psychologische beschrijving daarentegen, zal nooit, hoe compleet ook en ook niet in de heel verre toekomst, aanleiding geven tot voorspellingen, omdat er geen psychologische wetten bestaan. Dat betekent dus dat als we een voorspelling zouden maken in fysische termen van wat er gebeurt na gebeurtenis [1] we niet zouden kunnen zeggen hoe die gebeurtenis er in psychische termen uit zou zien. In het psychologische leven van alledag moeten we maar afwachten wat Flip verder gaat doen, welke actie hij nu weer gaat ondernemen, ook al zouden we in staat zijn een fysische beschrijving van deze toekomstige gebeurtenis te geven.
  • Ik geef een voorbeeld ter verduidelijking. In mijn kamer in Wageningen hangt een ouderwetse wandklok, een regulateur, waarop ik, als ik tenminste de klok tijdig opwindt, kan zien hoe laat het is. Stel nu voor dat ik een complete fysische beschrijving geef van alles wat er in en aan die klok zit, draait, en in elkaar grijpt aan tandraderen, klepels en loopwerk, en dat ik die beschrijving hier zou geven. Welnu, niets aan deze beschrijving zou u als lezer in staat stellen te weten hoe laat het was op die klok: geen enkele fysische toestand van de klok correspondeert met een specifiek tijdstip. Ook al kan ik nu voorspellen hoe het loopwerk verder gaat, en weet ik alles van de klok in fysische termen, zelfs van de stand van de wijzers, ik heb nog geen woord gezegd over de betekenis van de klok, de betekenis die ik eraan toeschrijf door te zeggen dat het nu 08:49 uur is.

Mijn tweede conclusie: het is principieel en dus voor altijd onmogelijk om betekenis te reduceren tot fysiologische beschrijvingen. Betekenis is daarom blijvend autonoom ten opzichte van fysiologie. Dus ik zou zeggen: zij doen hun best maar, die fysici, met hun kennis van de fysica, dan doen wij dat ook met onze kennis van de betekenis. Psychotherapie is een prachtige instantie van de Wetenschap van de Betekenis. Deze wetenschap van de psychotherapie heeft nog een heel mooie toekomst voor zich.

Laat een reactie achter


Je kunt een reactie achterlaten door je eerst eenmalig te registreren.

Als je al een account hebt kun je hier inloggen.