Onmachtig te veranderen - cliënten zijn geen lichtknoppen

Ik was laatst aanwezig op een symposium. De aanwezigen werd gevraagd de vinger op te steken wanneer men bij een psychotherapie nooit onmacht had ervaren. Eén deelnemer deed dat, maar verder gaven velen van de aanwezigen in het openbaar te kennen dat het ervaren van onmacht hen heel vaak overkwam. De onmacht van psychotherapeuten bleek echter niet zozeer in het eigen handelen te zitten: het is bekend dat psychotherapeuten – en ik maak voor mijzelf geen uitzondering – er vrijwel allen van overtuigd zijn dat er geen betere therapeut is dan – toevallig of niet – zijzelf.  Wat dat betreft denken wij psychotherapeuten precies als automobilisten en wellicht als mensen in het algemeen over de superioriteit van onze eigen acties – daarom is het zo goed om zoiets als athletiek te doen want daar is altijd wel iemand veel beter dan wij. De onmacht van therapeuten zit hem dus niet in de eigen acties maar veeleer in het feit dat cliënten ondanks de excellente acties van de therapeut niet veranderen in de ‘richting die door betrokkenen wenselijk wordt geacht’, zoals de definitie van het Leerboek vermeldt. Cliënten doen dus niet wat ze zouden willen dat ze doen en therapeuten slagen er niet in cliënten te laten doen wat ze zouden willen doen.

Doorgaans en in gezonde toestand ervaren wij allerminst onmacht in wat wij zelf doen, onmacht met betrekking tot onze eigen acties: wij kunnen doen wat wij willen doen. Ik pak mijn kopje op en zet het verderop weer neer, ik druk op een knop en het licht gaat aan, ik druk op een toets en op mijn beeldscherm verschijnt een letter. Ik kan in feite allerlei dingen om me heen in beweging zetten, verplaatsen, ordenen. Kortom, ik kan de wereld veranderen: ik heb ‘causale kracht’, zoals ik dat wil noemen. Natuurlijk kennen we de gevallen waarin ondanks onze acties het beoogde resultaat niet wordt bereikt. Dat we in zulke gevallen hardnekkig blijven proberen om het toch voor elkaar te krijgen hangt samen met het idee dat we het resultaat hadden kunnen bewerkstelligen. We proberen maar we falen en dat kan heel frustrerend zijn. Denk maar aan zoiets alledaags als het lichten van de buitenband van een fiets. We kunnen onze causale kracht niet alleen richten op de dingen om ons heen, maar ook op de mensen om ons heen. Een concreet voorbeeld hiervan is dat wij tot een actie kunnen overgaan met als doel de geliefde ander gelukkig te maken, bijvoorbeeld door spontaan een bos bloemen mee te nemen. Een voorbeeld van toepassen van causale kracht uit onze dagelijkse psychotherapie-praktijk is wellicht de therapeut die enorm zijn best doet om de cliënt te veranderen, terwijl zijn intense activiteit zijn tegenpool vindt in een passieve cliënt, die afwacht met welke originele opdracht zijn therapeut nu weer zal komen aandraven.

Sommige van onze acties bewerkstelligen niet wat we ermee voor ogen hebben. Een van de belangrijkste acties die ik kan ondernemen is iets zeggen tegen een ander. Ik kan een ander optillen en als was het een lichtschakelaar met mijn fysieke kracht in beweging brengen, maar als de ander mijn keelgeluiden kan interpreteren en die in zijn eigen taal kan interpreteren, kan ik hem of haar ook vragen opzij te gaan. En die ander kan dat doen…… of niet. Hier komen we aan een belangrijk verschil tussen lichtschakelaars en medemensen. Dat verschil komt subtiel naar voren in de volgende twee beschrijvingen:

[1]           De enorme hitte veroorzaakte mijn terugkeer naar Nederland              

[2]           De enorme hitte veroorzaakte dat ik terugkeerde naar Nederland       

Het verschil kunnen we als volgt uitdrukken: in [1] ben ik een lichtknop en is er een enorme inperking van mijn vrijheid van handelen. Mijn eigen causale kracht wordt geheel ontkend. In [2] is dat niet het geval: onder deze beschrijving had ik ook in Spanje kunnen blijven, maar ik besloot terug naar huis te gaan.

Het onderscheid tussen [1] en [2] gaat in heel veel psychotherapeutische literatuur volkomen verloren. Met name is dat het geval in de Cognitieve Gedragstherapie, waar het volkomen normaal en vanzelfsprekend, ja zelfs een teken van wetenschappelijke deugdzaamheid is om uitspraken te doen, die de causale kracht en de vrijheid van handelen geheel en al ontkennen: iemand doet niet iets, maar er ‘wordt gedrag ontlokt’. Voor Cognitieve Gedragstherapeuten zijn cliënten – men spreekt daar dan ook liever van patiënten – lichtknoppen. Toch komt het zelfs bij CGt-ers maar in ieder geval verder ook bij alle andere psychotherapeuten voor dat de cliënt de vrijheid van handelen blijkt te hebben om niet te doen wat de therapeut hem vraagt te doen, de vrijheid van handelen die bij lichtknoppen onmogelijk is. Welnu, over de gevallen waarin de cliënt niet doet wat de therapeut hem vraagt te doen zijn hele bibliotheken volgeschreven, vol verklaringen en diepgaande gedachten over weerstand, ziektewinst, rigiditeit, verzet, trauma, schema en cognitie. Tegenwoordig is erg in zwang om dit niet-doen wat de therapeut vraagt ‘vermijdingsgedrag’ te noemen en dit vermijdingsgedrag tot het object van de psychotherapie uit te roepen. De cliënt is het hier nog mee eens ook, want ook de cliënt vindt dat het goed zou zijn om dit gedrag bij zichzelf ‘uit te lokken’, dan wel de hindernissen die in de weg staan op te ruimen zodat ‘het gedrag’ de vrije baan kan krijgen en soepel kan worden ‘ontlokt’. Vol narigheid gaat de cliënt zichzelf ook zien als een schakelaar die moet worden omgezet en wanhopen wanneer het vervolgens niet lukt het knopje te vinden.

Verandering is eerst en vooral een term die beschrijft wat er gebeurt als we een actie verrichten, onze causale kracht inzetten. Wanneer we iets doen verandert er iets. Heel vaak formuleren we de teweeggebrachte verandering in termen van de actie die hierbij werd toegepast: ik zet het licht aan (en de wereld is veranderd, want de schakelaar staat nu anders en er is licht); ik zeg iets tegen mijn cliënt (en de wereld is veranderd, zoals blijkt uit hoe het gesprek verder gaat.) Wanneer ik iets tegen mijn cliënt zeg gebeuren er echter geheel en al andere dingen dan wanneer ik op een lichtknop druk: mijn cliënt kan op oneindig veel manieren reageren, van een knop kunnen we helemaal niet zeggen dat hij reageert, want dit object is de speelbal van de door mij aangewende fysische krachten. Daarentegen hebben we het in de context van een psychotherapie over wat we tegen elkaar zeggen, over de betekenis die de cliënt en ikzelf aan onze wederzijds gebruikte woorden toekennen. Er speelt van alles, zogezegd, maar geen inperking van onze vrijheid van handelen, van therapeut noch van cliënt. Anders gezegd: een therapeut kan zijn cliënt helemaal niet ‘veranderen’ zoals gebeurt bij het indrukken van een lichtknop. Er is er maar één, namelijk de cliënt zelf, die iets kan veranderen aan zíjn eigen acties, en als hij het niet kan dan kan niemand dat.

Heel vaak gaat het bij psychotherapie niet over veranderen, maar over verandering,  een op de een of andere geheimzinnige manier veroorzaakt resultaat, waarbij het volkomen in het midden wordt gelaten hoe die verandering tot stand komt: is de verandering het resultaat is van een actie van de cliënt dan wel van een gebeurtenis, die hem overkomt? Vooral het heel vaak voorkomende intransitieve gebruik van de term “veranderen”, het gebruik van de term “veranderen” zoals in “het weer verandert”, spreekt boekdelen. Het zegt niets over welke actie dan ook. De intransitieve vorm van veranderen is een gebeurtenis, geen actie: “er treden veranderingen op”. Maar veranderen is altijd iets veranderen, een verandering veroorzaken, een verandering teweegbrengen. Mensen, en cliënten horen hier toch ook echt bij, veranderen voortdurend iets, brengen voortdurend veranderingen teweeg. Mensen hebben Causale Kracht. Maar leest u de boeken er maar op na, er wordt met geen woord gerept over de Causale kracht van de cliënt.

Gegeven dit onrustbarende feit loont het de moeite terdege en bij herhaling te benadrukken dat cliënten – voor sommige therapeuten zou ik willen toevoegen: zelfs cliënten –  eigen causale kracht hebben: zij bewerkstelligen met deze causale kracht voortdurend veranderingen. Deze causale kracht komt tot uitdrukking in hun vrijheid van handelen. Cliënten zijn geen lichtknoppen. Wanneer een therapeut onmacht ervaart bij een psychotherapie dan zou dat er wel eens op kunnen wijzen dat deze psychotherapeut slecht uit de voeten kan met deze fundamentele causale kracht van de cliënt, ongeveer zoals een tiran, die alles in het werk stelt om zijn onderdanen te laten denken zoals hij zelf denkt, slecht uit de voeten kan met oppositie. Het doel van psychotherapie is niet om verandering aan te brengen bij de cliënt of bij zijn acties: wij zijn geen kappers of dompteurs. Wij moeten het hebben van betekenis en de vrijheid van handelen en de causale kracht van de cliënt.

Psychotherapie heeft twee hoofdtaken. De eerste hoofdtaak is om de cliënt de “weg uit het vliegenglas te wijzen”: veel cliënten én therapeuten verdwalen in therapieland omdat zij denken dat er eerst ‘iets anders’ moet gebeuren voordat er ‘iets’ kan veranderen. Men denkt: er moet een knop om, de motivatie moet verhoogd, het moet allemaal eerst erger worden, er moet eerst een trauma worden verwerkt, het zelfbeeld opgekrikt, het zelfvertrouwen verhoogd en noem maar op voordat de cliënt weer kan opstaan, de straat op kan gaan, zijn mening kan geven, kortom: zijn causale kracht weer aanwenden. Het vliegenglas is de gedachte dat de causale kracht niet meer beschikbaar is (‘het lijden’) en dat er eerst van alles bij de cliënt moet worden opgeruimd voordat hij die kracht weer kan benutten. Tegelijk met de bevrijding uit het vliegenglas loopt de tweede hoofdtaak: de psychotherapie richt de aandacht niet zozeer op de acties van de cliënt, want dan verdwalen we, maar vooral op de positie die de cliënt inneemt ten opzichte van zijn acties, de relatie tussen de cliënt en zijn acties, de attitude van de cliënt ten opzichte van zijn eigen acties, want daarin zit de vrijheid te handelen. In een psychotherapie onderzoeken therapeut en cliënt of het mogelijk is om lichaamsbewegingen van de cliënt (nogmaals: denk hierbij vooral óók aan wat een cliënt in zijn leefwereld zegt), onder een bepaalde beschrijving, aan cliënt toe te schrijven als zijn intentionele acties: niet de actie zelf, maar de beschrijving van de actie, onder een bepaalde interpretatie, dat is het object van de psychotherapie. Het doel van psychotherapie is dat de cliënt zijn eigen acties en de verbindingen tussen zijn acties en de acties van anderen in zijn leefwereld begrijpt. Eenmaal zover gekomen ishet triviaal of een cliënt zijn actie verandert of biet verandert. Het is in ieder geval geen issue meer voor de psychotherapie: wat iemand doet daar gaat iemand zelf over. Het doel van psychotherapie is ervoor te zorgen dat cliënt ziet en begrijpt hoe hij zijn vrijheid van handelen en zijn causale kracht concreet toepast en gebruikt in zijn leefwereld.  

Overweeg: vraag een cliënt een tekening te maken van de nare traumatische herinnering; doe vervolgens een geslaagde traumabehandeling; vraag de cliënt opnieuw een tekening te maken van de nu verwerkte herinnering; merk op dat de tekeningen identiek zijn (al kan er wel een groot verschil zijn in de manier waarop de cliënt de tekening maakt): niet de herinnering is veranderd, maar de relatie van de cliënt tot zijn herinnering.  

Laat een reactie achter


Je kunt een reactie achterlaten door je eerst eenmalig te registreren.

Als je al een account hebt kun je hier inloggen.