Het ene behandelmodel levert geen betere resultaten op dan het andere behandelmodel

Het is niet zo dat de ene behandelmethode tot betere resultaten leidt dan de andere behandelmethode. Een behandelmethode kan, vergeleken met een andere behandelmethode, gebaseerd zijn op een ander model met andere aannames en een alternatief protocol en interventies toepassen, toch blijven de resultaten in grote lijnen gelijk. Dat geldt over de tijd heen: niet alleen scoren hedendaagse methodes gelijk, maar het is ook zo dat methodes uit verschillende periodes gelijk scoren. De conclusie: moderne psychotherapie doet het niet beter dan ouderwetse therapie en er bestaan geen superieure behandelmethodes en -interventies.

Doorgaans ligt aan behandelinterventies een behandelmodel ten grondslag. Wanneer we aan een behandelaar vragen waarom hij déze methode toepast dan zal het antwoord bestaan uit de beschrijving van een model: “ik vraag aan C om cognities te inventariseren omdat cognities bepalen hoe C zich voelt” of “ik vraag herinneringen van C uit om te kunnen bepalen welke herinnering een traumatische herinnering is zodat we EMDR kunnen doen”.

Een model verhoudt zich tot de werkelijkheid zoals een bouwtekening van een machine zich verhoudt tot de werkelijke machine. Het is een hele kunst om een goede bouwtekening te maken. Aan het ontwerp moeten allerlei eisen van consistentie en coherentie worden gesteld. De bouwtekening moet overzichtelijk en voldoende gedetailleerd zijn. De verhoudingen moeten kloppen. Delen van een machine kunnen eruit worden gelicht en hiervan kan een uitvergrote tekening worden gemaakt waaraan dezelfde eisen moeten worden gesteld. Het is mogelijk – in theorie – om een perfecte bouwtekening te maken, die precies aangeeft hoe de machine moet worden gebouwd. De bouwers volgen de tekening tot op de nanomilimeter en tot in de perfectie. Toch vindt niemand het gek wanneer de machine het niet blijkt te doen wanneer de bouw gereed is. Anders dan op de bouwtekening sluipen er in de werkelijkheid altijd onbeheersbare onvolkomenheden naar binnen. Het model is een poging om er alles aan te doen om die insluipers buiten te houden, maar het is een illusie te denken dat dit werkelijk mogelijk is, hoe insluipersvrij men de behandelmethodiek ook zou probeert te maken.

Een model is vooral een geobjectiveerd voorschrift van hoe er moet worden gehandeld. Dat geeft houvast aan de behandelaar, maar een model is niet alleen een houvast maar ook een voorschrift: het vergt van de behandelaar én van de cliënt dat zij het model navolgen: zó en zó moet de behandelaar zich gedragen in de psychotherapie. Het lijkt een goed idee, maar een model opvatten als een voorschrift heeft heel grote nadelen:

  • Therapeut én cliënt denken dus al gauw dat, als de interventies niet de beoogde resulaten opleveren, of cliënt of therapeut of beiden in gebreke zijn gebleven;
  • Een model impliceert dominant taalgebruik: cliënt en therapeut moet praten met behulp van de terminologie die bij het model hoort. Onherroepelijk leidt dat tot verloren gaan van informatie;
  • Het zal nooit lukken om aan de illusie van de bouwtekening te ontkomen: op een bouwtekening loopt alles op rolletjes, functioneert alles en kunnen er geen storingen optreden: een bouwtekening-motor functioneert altijd en overal (en dus nergens). Een model is perfect. Het probleem is dat de werkelijkheid zich aan die perfectie niets gelegen laat liggen.

Een mooi voorbeeld van ‘fundamentalistisch modeldenken’ kan men vinden in Gedragstherapie jaargang 51, nummer 2, juni 2018, 85 – 112 waar Waller & Turner drakonische aanbevelingen doen om therapeuten die van het rechte model-pad afwijken weer op het naar hun oordeel juiste spoor te brengen. Ik herinner mij ook mijn opleiding tot EMDR-therapeut waar ons voorgehouden werd dat het absoluut noodzakelijk was om woordelijk een protocol na te volgen en geen syllabe op een andere plek uit te spreken. Wanneer we accepteren dat het ene behandelmodel niet betere resultaten geeft dan het andere, wanneer we bovendien accepteren dat het in onze dagelijkse psychotherapiepraktijk onmogelijk is om een behandelmodel zonder onbeheersbare onvolkomenheden uit te voeren en we tenslotte accepteren dat een behandelmodel hooguit een houvast en een leidraad is voor uitvoerend therapeuten, maar zeker geen voorschrift, dan voorkomen we dat therapeuten en cliënten een behandelmodel als heilig en zaligmakend gaan zien, met alle sectarische gevolgen van dien.

Laat een reactie achter


Je kunt een reactie achterlaten door je eerst eenmalig te registreren.

Als je al een account hebt kun je hier inloggen.