Meevoelen met het Lijden

Een van de belangrijkste non-specifieke factoren van psychotherapie is de empathie. Psychotherapeuten zullen doorgaans beamen dat een psychotherapeut in ruime mate over empathie moet beschikken en daar ook vaak de claim aan willen verbinden dat wij alleen iets voor onze cliënt kunnen betekenen als wij ons in diens lijden verdiepen en dat meevoelen. Wanneer we verder vragen wat empathie precies is, dan horen wij vaak dat een empathische persoon kan voelen wat de ander op wie hij empathisch betrokken is voelt. Vaak voert men op dat men eigen ervaringen hiervoor gebruikt: men kan voelen wat een ander voelt omdat men zelf iets dergelijks ook heeft meegemaakt.

Ik wil een andere visie op empathie voorleggen. Empathie moet namelijk niet worden opgevat als de capaciteit te voelen wat de ander voelt, of als de projectie van onze eigen mentale toestanden op die van iemand anders. Enige reflectie op de stelling “ik voel wat jij voelt” maakt de onhoudbaarheid ervan al snel duidelijk. Veronderstellen dat er zoiets bestaat als het letterlijk delen van gevoelens of van lichaamstaal mogen we wat mij betreft rustig overlaten aan personen die je ook in de nacht op de tv kunt aanschouwen en zelfs op afstand tot dit “aanvoelen” in staat blijken te zijn. De capaciteit te voelen wat de ander voelt bestaat niet en dat is maar goed ook. Want het lijkt mij volkomen onjuist om te zeggen dat psychotherapie het moet hebben van het zich verdiepen in en meevoelen met het “lijden” van de cliënt. Want waar zou dat in hemelsnaam goed voor moeten zijn? Waar is het goed voor wanneer een therapeut zou voelen wat een cliënt voelt? Mij stuit het tegen de borst er getuige van te zijn hoe zelfgenoegzame psychotherapeuten, op congressen bij elkaar gezeten, met elkaar uitwisselen hoe zij er wél zijn voor hun cliënt terwijl anderen hem al lang hebben laten vallen. Want, zo herhalen psychotherapeuten elkaar plechtig, het is heel goed voor een cliënt wanneer hij – drie kwartier per week – ervaart dat er mensen zijn die met hem meelijden en meevoelen. En wat zijn wij psychotherapeuten toch een bijzonder soort mensen dat wij dat week in week uit steeds maar kunnen volhouden en verdragen. Voor een gewone sterveling is zoiets niet te verduren.

Empathie, zo wil ik zeggen, gaat niet over meevoelen en meelijden. Empathie is daarentegen het vermogen om, juist of onjuist, te raden wat de cliënt zegt, schrijft, voelt, wil, denkt en doet. Empathie in de psychotherapie is volledig gewijd aan het leren begrijpen van de cliënt. De therapeut studeert op alles wat de cliënt in de context van de psychotherapie aan de psychotherapeut aanreikt en toont. Met nadruk wil ik hierbij vermelden dat wij bij het leren begrijpen van de cliënt, naast de woorden en zinnen die de cliënt uitspreekt, alle andere aspecten van de communicatieve interactie moeten betrekken: alle kwaliteiten van het gebruik van de stem, van de gezichtsuitdrukking, van de gebaren, van het herhalen van wat eerder is gezegd en ook van het langs elkaar heen praten. Non-verbale communicatie omvat het algemene voorkomen van de cliënt in de communicatie, de symboliek die wordt gebruikt, de complexie, de gebaren, de houding en de prosodie: ritme, klemtoon en intonatie van de stem. Het is van groot belang om stil te staan bij de enorme rijkdom aan variaties, nuanceringen en schakeringen die de cliënt toont aan de psychotherapeut in wat hij zegt, schrijft, voelt, wil, denkt en doet.

Ten onrechte bestaat bij velen het beeld dat psychotherapie zich vol empathie moet richten op datgene wat achter en onder datgene wat de cliënt in het gesprek toont, de zaken die hieraan “onderliggend” en “verborgen” zijn, ergens in de diepte van de persoon. Men denkt dat het het de taak van de psychotherapie is om deze achter- en onderliggende zaken te ontdekken en aan de oppervlakte te brengen en er zo voor te zorgen dat de cliënt zich ervan bewust wordt zodat zij, na verdere bewerking, niet langer de cliënt in de problemen kunnen brengen.

Ik wil hier tegenover zetten dat wij onze empathie moeten richten op alle nuanceringen, variaties en schakeringen van gedrag die de cliënt aan de oppervlakte vertoont. Langs alle mogelijke kanalen toont de cliënt ons zijn uiterst complexe communicatieve gedrag, onmiddellijk zichtbaar en vlak voor onze neus. Kijk Dichtbij. Psychotherapie is Manifeste Psychotherapie. Het is de eerste – zij het niet de enige – taak van de psychotherapeut de cliënt te leren begrijpen aan de hand van wat de cliënt in de context van onze psychotherapie, ter plekke en aan de oppervlakte, aan de psychotherapeut toont, zegt en doet. Daar hoort ons empathisch vernuft thuis.

Bij de traditionele gerichtheid van psychotherapie op wat onderliggend en verborgen is speelt vaak een tweede hardnekkig idee een rol, namelijk het idee dat in de persoon “het onzegbare” werkzaam is. Doorgaans wordt dit onzegbare gezien als een niet-talige inhoud. Men redeneert dat er zich, voordat de cliënt over “taal” beschikte, prelinguistische gebeurtenissen hebben afgespeeld, die daarom niet-talig zouden moeten zijn. Houd onze opmerking in het oog dat taal breed moet worden opgevat en niet alleen maar als redeneer-taal. De gedachte dat prelinguistische gebeurtenissen een grote invloed op de cliënt hebben en dat taal hier niet aan zou kunnen raken weerlegt niet het gebruik van taal in al zijn variaties. Het onzegbare demonstreert de beperkingen van een bepaald type van taalgebruik, namelijk de redeneertaal, maar toont zeker niet de inadequaatheid van alle taal aan, zoals nogal eens wordt beweerd.

Empathie zoals door ons aangevoerd, namelijk het, juist of onjuist, raden wat de cliënt zegt, schrijft, voelt, wil, denkt en doet, is datgene wat de psychotherapeut bij een project van manifeste psychotherapie voortdurend gebruikt. We moeten afstand nemen van de opvatting van empathie die zegt dat wij moeten meelijden met het lijden van de cliënt en dat moeten aanvoelen. We moeten onze aandacht integendeel richten op wat de cliënt, in de context van een psychotherapie, ten opzichte van de therapeut zegt, doet en denkt en we moeten hierbij  bedacht zijn op de informatie die de cliënt ons middels alle mogelijke communicatieve kanalen en cues verstrekt.

De stelling dat een psychotherapeut alleen iets kan betekenen voor zijn cliënt als hij zich in diens lijden verdiept en diens lijden meevoelt zet ons op het verkeerde been. Het richt onze aandacht op datgene wat de cliënt in het verleden is overkomen, wat hem nu overkomt of wat hem in de toekomst zal gaan overkomen. Het richt de aandacht op de begeleidende processen, namelijk op datgene wat bij de cliënt wordt teweeg gebracht. We moeten naar een andere empathie: weg van het idee dat we moeten meevoelen met wat onze patiënt overkomt, en in plaats hiervan al ons vernuft inzetten op het bestuderen van wat onze cliënt aan ons toont en ten opzichte van ons doet.

Laat een reactie achter


Je kunt een reactie achterlaten door je eerst eenmalig te registreren.

Als je al een account hebt kun je hier inloggen.